Test de néerlandais

60%

Formulaire d’enregistrement pour l’évaluation

Évaluation de compétences en néerlandais – Partie 1

1 – Wat
mooie jurk !
2 – gaat het met je?
3 – kleine huis is blauw.
4 – Ik drink melk.
5 – De spelen in de tuin.
6 – Ik heb twee ontvangen.
7 – De zijn gesloten.
8 – Wat is je naam?
9 – Een kleine boom is een
10 – De auto is door mijn buurman
11 – slapen !
12 – we deze oefening lezen.
13 – je Nederlands?
14 – Ik ga vroeg naar bed ik moe ben.
15 – Ik lees het deel van uw werk.
16 – Ik ben tweeëntwintig jaar.
17 – Mijn moeder is 43 jaar.
18 – De stad Brussel is prachtig.
19 – Mijn vrienden kijken de televisie.
20 – Ik antwoord de vragen.

Évaluation de compétences en néerlandais – Partie 2

21 –
kind is groter dan ik.
22 – De bakker is een
23 – Het geld bestaat uit munten en
24 – Een verliefd stelletje zat op een bank in het park en straalde van .
25 – Ik koester de om eenmaal naar India te reizen.
26 – Het is vandaag de eerste januari. Wat zeg je?
27 – De vrouw,
daar zit, is mijn secretaresse.
28 – Ik weet niet hij morgen komt.
29 – Ik weet niet hij komt.